Vanaf 1 januari 2016 wordt de Participatiewet uitgebreid met de taaleis.

Normal_woordenboek_nederlands

Kennis van de Nederlandse taal is belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Het vergroot de kansen om werk te vinden. Daarom is vanaf 1 januari 2016 de Participatiewet uitgebreid met de taaleis. Dit betekent dat alle mensen die recht hebben op een bijstandsuitkering Nederlands moeten kunnen spreken, lezen en schrijven op 1F-niveau. Dat is het niveau na 8 jaar basisonderwijs in Nederland. Dat meldt gemeente Utrecht.

Voor mensen die voor 1 januari 2016 al een uitkering ontvangen gaat de wet later in, op 1 juli 2016. Net als de andere gemeenten heeft Utrecht beleid ontwikkeld om de taaleis te kunnen gaan uitvoeren. In Utrecht laten de bijstandsgerechtigden zelf zien of zij het gevraagde taalniveau hebben, dat kan via de Eigen Verklaring, een document dat de gemeente verstrekt. Blijkt de bijstandsgerechtigde later, tijdens de ontmoeting met de werkmatcher, het Nederlands onvoldoende te beheersen, dan gaat degene een taaltoets maken. Hierin wordt het taalniveau bepaald. Is het taalniveau onvoldoende, dan moet dat verbeterd worden. Dat kan op verschillende manieren, via een cursus, online via websites of bij taalinformatiepunten in de bibliotheek.

© Nationale Onderwijsgids

Animo voor duurzaam beleggen en sparen groeit.

De animo voor duurzaam beleggen of sparen is sterk gegroeid in Nederland. Vorig jaar groeide het bedrag dat ‘duurzaam’ wordt belegd of gespaard van €24,7 mrd naar €29 mrd. Dat is een stijging van ruim 17%.

Ondanks die forse groei blijft het marktaandeel van deze vorm van sparen en beleggen op het totaal nog klein. De totale markt bedroeg in 2014 €440,7 mrd, waardoor het aandeel duurzaam op 6,6% uitkomt. In 2013 was dat nog 5,8%.

Dit blijkt vrijdag uit het jaarlijkse onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) naar duurzaam beleggen en sparen.

Het aandeel duurzame beleggingen is wel veel groter op het totaal aan beleggingen dan het aandeel spaargeld dat op deze manier wordt ingezet. Van al het spaargeld (€332,1 mrd) kan volgens de VBDO €16 mrd als duurzaam worden aangemerkt, ofwel 4,8%. Het bedrag aan duurzaam beleggingen is €13 mrd, maar dat is op een veel kleiner totaal van €108,6, ofwel 12%.
Impactbeleggen

Bij duurzaam beleggen of sparen wordt niet of zo min mogelijk in zaken geïnvesteerd die als slecht voor mens en milieu worden beschouwd, zoals clusterbommen of fossiele brandstoffen. Een verdergaande vorm van duurzaam beleggen is impactbeleggen: de impactbelegger wil dat zijn of haar beleggingen een directe, positieve bijdrage leveren aan een betere wereld. Zo wordt bijvoorbeeld geld gestoken in duurzame energie en bijgehouden hoeveel CO2-uitstoot er met de belegging wordt bespaard.

Niet alle categorieën die onder duurzaam beleggen vallen kenden een groei over 2014. De zogenoemde ‘groene’ spaargelden en beleggingen lieten een krimp zien van 6,9% naar €4,3 mrd. Deze manier van sparen en beleggen wordt door de overheid gestimuleerd met een belastingkorting. Onzekerheid over het behoud van deze regeling in eerdere jaren wordt door de VBDO als oorzaak van deze krimp aangewezen, maar nu duidelijk is dat er fiscaal voordeel blijft verwacht de vereniging dat deze vorm van beleggen weer populairder zal worden.

De VBDO, die twintig jaar bestaat, brengt al vijftien jaar duurzaam beleggen en sparen in kaart. Het onderzoek wordt gesponsord door de banken ABN AMRO, ASN Bank, ING en Triodos Bank.

 

Bron: Financieel Dagblad 20 november 2015

Grootbanken zien aandeel op hypotheekmarkt dalen tot minder dan de helft

De positie van de drie grootbanken op de hypotheekmarkt holt achteruit. ABN Amro, ING Groep en Rabobank bedienden in het derde kwartaal nog maar een kleine 50% van de huizenbezitters die een hypotheek afsloten. Begin dit jaar was dat nog 60%. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau IG&H.

Het is voor het eerst dat de drie grootbanken minder dan de helft van de hypotheekmarkt bedienen. Het gaat zowel om oversluitingen als nieuwe aanvragen. Voor de kredietcrisis hadden Rabo, ING, ABN Amro en Fortis nog bijna driekwart van de markt in handen.

De grootbanken laten marktaandeel schieten omdat de kapitaaleisen voor het verstrekken van kredieten aan huizenbezitters strenger worden. Met name Rabobank dat eerder een derde van de hypotheekmarkt bediende doet een forse stap terug. De bank heeft inclusief dochters Obvion en FGH nu nog maar zo’n 17% van de markt in handen. Dit is ongeveer even veel als ABN Amro en ING.

In euro’s verstrekken de banken niet minder hypotheken dan een paar jaar geleden. De vraag naar hypotheken neemt sterk toe doordat de huizenmarkt aantrekt en veel huizenbezitters hun bestaande hypotheek willen oversluiten door de lage rente.

Huizenkopers merken weinig van de terugtrekkende beweging van de grootbanken omdat verzekeraars en pensioenfondsen in het gat springen dat de banken achterlaten. Hun opmars is zo sterk dat de winstmarges voor alle partijen zelfs afnemen. Eerder dit jaar bleek dat zogeheten schaduwbanken die met name pensioenfondsen bedienen inmiddels een marktaandeel hebben van 10%.

IG&H heeft geen cijfers voor het totale marktaandeel van deze groep hypotheekaanbieders in het derde kwartaal. Wel is bekend dat het relatief onbekende Munt Hypotheken zijn aandeel opnieuw met 3,3 procentpunt zag toenemen waardoor het bedrijf nu een vijfde plaats inneemt op de lijst van hypotheekaanbieders.

Munt dat pas vorig jaar op de hypotheekmarkt is begonnen, staat daardoor vlak achter de grootbanken. In het tweede kwartaal stond het bedrijf nog op de negende plek. Munt bedient vooral pensioenfondsen.

door: Prisco Battes