Het belang van woordenschat

Woordenschat de start van alle taal

De woordenschat van een kind zijn alle woorden die het kind actief en passief kent en die hij nodig heeft om effectief met zijn omgeving te kunnen communiceren. Daarmee is ook meteen het belang van een goede woordenschat aangegeven. Het heeft te maken met alle aspecten van taal; spreken, luisteren, schrijven en lezen.

 

Een Nederlandstalig kind beschikt op vierjarige leeftijd over ongeveer 3200 woorden. Het gaat hier om woorden die hij passief herkent. Hij kan ze niet allemaal zelf actief in zijn taalgebruik toepassen. Tot en met het achtste jaar neemt de woordenschat met ongeveer 600 woorden per jaar toe; vanaf het 9e tot 12e jaar komen daar tussen de 1700 en 3000 woorden per jaar bij, zodat een kind op 12 jarige leeftijd beschikt over ongeveer 17000 woorden.

 

Er is veel onderzoek gedaan naar woordenschat en we weten dan ook heel veel over dit onderwerp. Twee belangrijke zaken komen in elk onderzoek naar voren.

 

1. Het belang van een goede woordenschat

Kinderen met een grote woordenschat doen het beter op school en komen vaak in hogere vormen van voortgezet onderwijs terecht. Woordenschat is vooral belangrijk bij het begrijpend lezen. Met een kleine woordenschat kom je bij het lezen van een tekst veel woorden tegen die je niet kent. Een kind dat meer dan 9% van de woorden in een tekst niet kent, zal die tekst niet kunnen begrijpen.

 

2. De thuissituatie

De thuissituatie speelt een gigantisch grote rol bij de ontwikkeling van de woordenschat. Ouders doen er heel veel toe. De omvang van de woordenschat wordt enorm gestimuleerd als een kind op vierjarige leeftijd naar de basisschool gaat. Kinderen die opgroeien in een taalrijke omgeving horen veel meer woorden en hebben daardoor bij de start van de basisschool al een veel grotere woordenschat. Kinderen met een grote woordenschat kennen meer dan vijf keer zoveel woorden dan kinderen met een kleine woordenschat.

 

Wat is een taalrijke thuisomgeving?

Hierboven wordt gewezen op het belang van een taalrijke thuisomgeving. Wat is dat dan precies? In een taalrijke thuisomgeving zien we boeken. Zowel boekjes voor de kinderen als boeken voor volwassenen die ouders regelmatig zelf lezen. Er wordt thuis veel voorgelezen aan de kinderen.

 

Voorlezen

Voorlezen vormt een grote bron van de woordenschatontwikkeling. Het belang van voorlezen is zeer groot. Het is dan ook jammer dat kinderen tot een jaar of 6 veelvuldig worden voorgelezen, maar dat het voorlezen na die leeftijd enorm afneemt. Ditzelfde zien we overigens ook in scholen gebeuren. In lang niet alle groepen 8 op scholen wordt nog dagelijks voorgelezen. Mijn tip: blijf ook voorlezen aan oudere kinderen.

 

Spreken

Wat verder opvalt aan een taalrijke thuisomgeving is dat er veel met kinderen wordt gepraat. Dat kunnen gewoon dagelijkse gesprekjes zijn bij het eten, maar ook over dingen die om ons heen gebeuren. Daarnaast worden er veel spelletjes met kinderen gespeeld. Dit kunnen gezelschapsspellen zijn, maar vooral ook allerlei woordspelletjes (raadsels, ik zie ik zie wat jij niet ziet etc.). Moeilijke woorden hoef je in gesprekken met je kind niet vermijden, maar juist veelvuldig gebruiken en uitleggen. Je kind hoort op deze manier veel meer woorden dan in een minder taalrijk gezin.

 

Stillezen

Voor de wat oudere kinderen is stillezen ook één van de grootste bronnen van woordenschatontwikkeling. Een kind dat veel leest heeft over het algemeen een vier keer zo grote woordenschat als een kind dat minder leest. Het mooiste is  om zo gevarieerd mogelijk boeken te kunnen kiezen. Verhaalboeken, informatieve boeken, gedichten etc. Als ouder kun je het stillezen stimuleren door regelmatig met je kind naar de bibliotheek te gaan en zelf het goede voorbeeld te geven en ook te lezen. Jouw voorbeeldfunctie een speelt een grote rol.

 

Hoe kies je een goed boek?

Om er achter te komen of een boek niet te moelijk is voor je kind, kun je de vijfvingertest doen.

Laat je kind een bladzijde van het boek dat hij/zij wil kiezen lezen. Als je kind een woord tegenkomt dat hij/zij niet kent of heel moeilijk kan lezen, laat hem/haar dan een vinger op steken. Tel aan het einde van de bladzijde hoeveel vingers hij/zij in de lucht heeft. Als dit er vijf of meer zijn (een hand vol dus) dan kunnen jullie beter een ander boek kiezen.

 

Woordenschat op school

Als het gaat om de woordenschatontwikkeling van je kind ligt er natuurlijk ook een taak bij de school. Het is belangrijk dat de school systematisch woorden aan je kind aanleert en deze vooral regelmatig laat terugkomen, zodat kinderen ook de kans krijgen om ze echt onderdeel van hun woordenschat te laten worden.

 

 

Drs. Piers van der Sluis

Taal- leesspecialist bij Cedin

 

 


 
 

 

Mooi artikel over de toekomst van de Nederlandse taal.

De toekomst van de Nederlandse taal: zó praten we in het jaar 2500