Creatief schrijven

fotoVandaag zijn we begonnen met na te denken over onze boekengeschiedenis. Wat hebben we allemaal gelezen, wat werd ons voorgelezen en welke boeken vonden we leuk. Daar past een korte creatieve schrijfopdracht bij;

“Schrijf zelf één pagina van je eigen boek”.

Je boek heeft natuurlijk een hoofdpersoon. Die gaan we zelf maken van een lege rol toiletpapier. Daar ga je lekker mee vouwen en knijpen tot je tevreden bent. Dan is je hoofdpersoon klaar. Lukt het niet zo goed? Als je het papier een beetje vochtig maakt gaat het makkelijker.

Daarna beantwoord je de volgende vragen:

– wie is het?

-wat doet hij/zij?

-waar woont hij?

-wanneer leeft hij?
Als je dat weet, schrijf je 1 pagina uit het leven van jou hoofdpersoon. Natuurlijk komt er een mooie foto bij!

BSwIxOwIQAA91ID

Woordenschatonderwijs

Vandaag met een aantal collega’s nagedacht hoe we onze VMBO leerlingen actief kunnen helpen bij het vergroten van hun woordenschat.  We hebben afgesproken om de lijst met schooltaalwoorden door te lopen en te kijken of we clusters van 10 woorden kunnen maken die we een week lang in de 4  taallessen aan bod zullen laten komen. We hebben onszelf de eis gesteld dat er actief met de woorden moet worden gewerkt en dat er aandacht moet zijn voor de verschillende manieren van leren.

Ik wil de volgende opzet in klas 1 gaan proberen:

In de 1e les biedt de docent de woorden met de betekenis aan. Leerlingen schrijven de woorden met de juiste betekenis in een woordenschrift. Ze maken bij ieder woord  een passende tekening.

In de 2e les maken ze met die 10 woorden een verhaaltje. Dat schrijven ze en lezen ze voor aan de leerlingen die bij hen in het groepje zitten. Per groepje wordt een verhaal gekozen. Die verhalen worden gebruikt bij de volgende les.

In les 3 worden de verhalen van de leerlingen gebruikt als synoniemen energizer.  De docent leest een verhaal van een leerling voor. Zodra de leerlinge een woord horen dat ze die week moesten leren,  schrijven ze het synoniem (dus de betekenis) op.  Aan het eind van het verhaal controleren ze elkaar. Je kunt er een wedstrijdelement aan verbinden; welk groepje had alle synoniemen goed?

In les 4  wordt er een woordenestafette gehouden.  De leerlingen krijgen per tafelgroepje een kaartje met een woord.  Eén leerling omschrijft het woord en de andere leerlingen moeten raden om welk woord het gaat. Is het goed dan haalt de volgende leerling een woord op, omschrijft dat, enz. Welk groepje heeft het eerst alle 10 woorden omschreven en geraden?

Daarnaast willen we kijken of de boeken van Uitgeverij Eenvoudig Communiceren ons kunnen helpen.  Zij hebben boeken uitgegeven voor het VMBO waarin de schooltaalwoorden verwerkt zijn. Als we die boeken aanschaffen kunnen we de leerlingen ook tijdens het lezen, gericht laten oefenen met de woorden. Op die manier komen ze de woorden opnieuw tegen in een betekenisvolle context.

woordenschat