Wordle van Telwoorden

 Wordle: Telwoorden

Zelf een word cloud maken met Wordle

Via Create Wordle kun je zelf een word cloud aanmaken. Je kunt Wordle op vijf manieren van tekst voorzien:

  1. Paste in a bunch of text
    Hierbij plak je gewoon wat tekst in Wordle. Het is handig om de tekst buiten Wordle te bewaren tot je tevreden bent over het eindresultaat. Dit kan bijvoorbeeld in een tekstverwerker. Nadat je je tekst eenmaal hebt ingediend kun je de woorden niet meer apart bewerken.
  2. URL met een RSS feed (weblog)
    Wordle kan een RSS feed analyseren.
  3. del.icio.us username
    del.icio.us is een dienst om online favorieten te delen. Bij het bookmarken van een nieuwe website geven mensen er trefwoorden (tags) aan. Op basis van de gebruikersnaam van een del.iciou.us gebruiker toont Wordle een word cloud van de tags.
  4. Advanced – woorden met gewicht
    Via de optie Advanced geef je zelf één woord per regel op aan Wordle met, gescheiden door een dubbele punt, het gewicht.
    Bijvoorbeeld -> woord:15
  5. Advanced – woorden met gewicht en kleur
    Via de optie Advanced geef je zelf één woord per regel op aan Wordle met, gescheiden door een dubbele punt, het gewicht. Vervolgens geef je achter nog een dubbele punt de hexadecimale codering van de gewenste kleur van het woord mee, dus 000000 voor zwart en ffffff voor wit.
    Bijvoorbeeld -> woord:15:ff0000

Meer lezen: http://www.eenmanierom.nl/teksten-analyseren-en-fraai-weergeven-met-een-wordle-word-cloud/#ixzz27bd8s76d

Thematisch leesonderwijs

Samen met een collega hebben we aan de hand van haar fictielijst een aantal thematische leesonderwijs activiteiten bedacht.  Doe er je voordeel mee!
Thema 1: Familie en gezinBoektitels:

  • Freaky groene ogen, Joyce Carol Oates
  • Itamars hemelpoort, Heide Boonen
  • Schilderingen van Hollis Woods, Patricia Reilly Giff
  • Het nachtboek van Jelle
  • De roep van de wilde kat, Linda Newbery

Ideeën:

  • Maak een collage van zoveel mogelijk verschillende gezinsvormen
  • Maak een stamboom van jezelf
  • Interview iemand van je familie
  • Schrijf een gedicht over een familielid
  • Maak een mooie portret van een familielid
  • Maak een fotostrip van een dag uit het leven van een gezin
Thema 2: leven met een beperking

Boektitels:

  • Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht, Mark Haddondod
  • Fluisterwater, Mirjam Mouse
  • In mijn hoofd staat alles op zijn kop, Sylvia van den Heede
  • Blikschade, Lieneke Dijkzeul
  • De stomme van Kampen, Thea Beckman

Ideeën:

  •  nav het lezen van een boek over iemand die blind is geworden in combinatie met onze groene identiteit; Maak een voelpad voor blinde leerlingen waarbij ze toch het herfstgevoel krijgen.
  • Ga een middagje rolstoelbasketbal oid doen om aan de lijve te ervaren hoe het is om een beperking te hebben
  • Doe onderzoek naar 1 specifieke beperking en kijk naar de mogelijkheden; organiseer een workshop
  • Laat mensen met een handicap iets vertellen over beperkingen en nieuwe uitdagingen
  • Organiseer een sportmiddag voor lln met een beperking ism gymnastiekdocenten; wat bied je aan en waarom
  • Organiseer een bloemschikles voor dovelln, blinde lln etc.

Thema 3: adoptie

Boektitels:

  • Abela, het meisje dat leeuwen zag, Berlie Doherty
  • Back to Amsterdam, tienerzwangerschap
  • Dans in de branding, An van ’t Oosten
  • Littekens, Emmy Dullemond
  • Lotus brengt geluk, Ellen Tijsinger, informatie over India

Ideeën:

  • hierbij zou je kunnen denken aan het inzetten van ICT;  Twitter  als brainstormactiviteit om voorkennis te activeren aan het begin van een les. Daarna de tweets visualiseren met Wordle. De leerlingen Wordle vergelijken met de Wordle die je als  docent hebt gemaakt. Dan het verhaal of thema verder uitdiepen en bespreken.
  • Maatschappijleer; ethiek, kringgesprek
  • Economie; gaan naar de lokale Wereldwinkel en maak foto’s van producten uit het land van herkomst en maak daar een collage van.
  • Aardrijkskunde; kies een land waar veel geadopteerde kinderen vandaan komen en maak er een mindmap of werkstuk over. Neem sociale, demografische en economische aspecten mee.
  • Koken: maak een typische maaltijd die past bij het door jou gekozen land
  • Bloem; maak een bloemstuk waarbij inheemse bloemen worden gebruikt die horen bij het door jou gekozen land
  • Kunst en cultuur; speel een scene uit het boek na
Thema 4: gepest

Boektitels:

  • Een andere Eliott, Graham Gardner
  • Anna was hier, G. de Preter
  • Verraad, Alyssa Brugman
  • Valsspeler,  K. D’Haene
  • Een gemeen spelletje, Julia Jarman

Ideeën:

  • Lipdub Presenteer je school met een  eigen lipdub! Een lipdub is een spontaan opgenomen filmpje, aan een stuk opgenomen, waarin je je favoriete nummer nasynchroniseert. Iedereen kan er aan meedoen, ouders, leerlingen, leerkrachten en directie. Laat iedereen zien hoe leuk jullie school is.
  • Flashmob; Een flashmob is een (grote) groep mensen die plotseling op een openbare plek samenkomt, iets ongebruikelijks doet en daarna weer snel uiteenvalt. Verras mensen op een leuke manier. Organiseer het op school in de kantine of in het dorp. .
  • Lied Maak samen een lied over pesten. Je kunt ook iedere klas een complet laten maken en met zn allen het hele lied zingen. Kijk voor voorbeelden op You Tube.
  • Speel in de klas het Pestkwartet of één van de andere educatieve materialen van Pestweb.
  • Interview; Interview in de les iemand die (vroeger) gepest is, bijvoorbeeld een leerkracht, of nog uitdagender: een Bekende Nederlander. Dat kan ook via een chat op het digibord. Leerlingen bedenken dan van tevoren de vragen. Denk goed na over welke vragen je kunt stellen aan iemand die gepest is. Wat zou gevoelig kunnen liggen. Welke impact heeft het pesten? En heeft iemands pestverleden misschien ook positieve dingen opgeleverd?
  • Complimenten elfje. Deel XXL hartjes snoepjes uit met daarop een woord. Geef alle leerlingen een kaartje met daarop de naam van een willekeurige medeleerling. De leerlingen moeten mbv het woord op het snoephartje een complimenten-elfje maken voor degene wiens naam ze op het briefje hebben gekregen. De leerling gaat naar de medeleerling, leest het elfje voor aan de ander en geeft hem/haar het hartje. Daarna smikkelen en nagenieten van de mooie woorden.
 Thema 5: thriller/spanning

Boektitels:

  • Vals spel, Mirjam Mouse
  • Oppassen, Annemarie Bon
  • De belofte, John Grisham
  • Doorgeschoten, Mirjam Mouse
  • De kidnapping van Suzie Q, Martin Waddell

Ideeën:

Thriller/spanning in combinatie met Engels, biologie, Natuurkunde, scheikunde een miniproject NCIS:
 Students will do the following:
1. Explore how forensic science is used in criminal investigations
2. Apply the principles of forensic science to a hypothetical crime
3. Use the scientific process to solve a fictional crime
The class will need the following:
• Newsprint and markers
• Plastic bags (one for each student)
• Adhesive tape (for gathering thread sample)
• White paper
• A soft pencil
• Clear tape
• Microscopes or hand lenses
• Internet access (optional but very helpful)
Each student will supply the following:
• A hair sample
• A thread sample from their clothing
1.    Before class begins, pick one student to be the perpetrator of a fictional classroom crime. Collect a hair sample, a thread sample, and a fingerprint from that person. (See Step 6 for instructions on how to obtain fingerprints.) This is the main evidence from the crime scene. Place the evidence in a plastic bag. Although the student you choose will participate in the activity with the rest of the class, it’s important to choose someone who will not reveal his or her role as the perpetrator during the two or three days of this lesson.
2.         Tell students that during the next few days they will try to solve a “crime” that took place in the classroom. Make it clear to students that this is a simulation of a crime, not an actual event that took place. Tell them the story below. (Feel free to embellish the story, but stick to the basic elements of the crime.)
Last night, a crime was committed in our classroom. Someone ransacked the teacher’s desk, throwing supplies on the floor and taking some money hidden in one of the drawers. We have been lucky enough to gather evidence from the scene of the crime, which includes a fingerprint, a hair sample, and a thread from an article of clothing. The evidence has been placed in a plastic bag. Now it is up to all of us to try to solve the crime.
3.    Show students the plastic bag of evidence. Then ask students how they would begin to solve this crime. How do they analyze the evidence discovered at the scene of the crime? Write students’ ideas on a piece of newsprint.
4.    Tell students that the Federal Bureau of Investigation—the FBI—deals with serious crimes. While the classroom crime is much less serious than those the FBI usually deals with, students may be able to learn something about solving crimes by finding out how the FBI does it. Give students an opportunity to browse the FBI Web site at FBI Kids.
5.    If students haven’t already come to this conclusion, tell them that everyone in the class is a prime suspect in the crime because they all have access. The first step is to collect the same evidence from each student as that found at the crime scene. To begin the collection process, give each student a plastic bag. Tell students to place a hair sample and a thread from their clothing into the bag. (Have students use a piece of adhesive tape to pull a piece of thread off their clothing. Alternatively, students may snip a small thread from the inside of the clothing with a pair of scissors.)
6.Tell students that they must also submit fingerprints for analysis. Each student should follow the directions below:
Draw a dark pencil smudge on a piece of scratch paper.
Beginning with the little finger on your right hand, rub your fingers on the pencil smudge until they are covered.
Put a small piece of clear tape on the pad of your right thumb. Gently press the tape. Carefully remove the tape and place it on one edge of a clean sheet of paper.
Repeat the process for the remaining fingers on your right hand, placing the pieces of tape across the sheet of paper.
Label each piece of tape with the following abbreviations: T for the thumb I for the index finger M for the middle finger R for the ring finger L for the little finger
Then follow the same steps for your left hand. For more information on how to take fingerprints, check out the following Web site: The Science of Forensics.
7.         After all students have collected the evidence, tell them to analyze it carefully. Ask students to use a microscope or a hand lens to observe each piece of evidence and record their findings on charts like those shown below. Each student will analyze their own evidence.
Strand of Hair
Characteristic      Observations
Color
Length
Other features
Thread Sample
Characteristic      Observations
Color
Size
Texture
Other features
The FBI categorizes fingerprints by three different patterns: loops, arcs, and whorls. Pictures of these three types of fingerprints can be found at the following Web site: Overview of Fingerprints. Tell students to use a hand lens or a microscope to determine their fingerprint type and then to record their results.
Fingerprint
Characteristic      Observations
Loop pattern
Arc pattern
Whorl pattern
8.    As students are analyzing their evidence, place the evidence from the crime scene in a prominent place. Have students mount their completed charts on a bulletin board. As a class, make observations about the criminal’s evidence. Complete charts for the hair, thread, and fingerprints of the culprit, and post those completed charts on the bulletin board along with the others.
9.    Ask students to compare the charts from their classmates with the evidence from the crime scene to determine who committed the crime. Have students write down who they think committed the crime, and discuss possible suspects. Were most students able to figure it out? Did the class reach a consensus? Which piece of evidence did they find the most revealing?
10. Conclude the lesson by discussing other techniques detectives use to collect and analyze evidence from a crime scene. What other evidence do they collect? What tools can they use to analyze evidence?
1. What other physical evidence would have been helpful in determining who committed the crime in the classroom? What kinds of analysis could you do on the other pieces of evidence? (Measure a footprint to find out shoe size; analyze the tread to determine the type of shoe; compare handwriting samples; analyze other fibers.)
2. What if you were called in to collect evidence from the scene of an art theft? How would you go about collecting evidence? What would you do with your findings? What analyses would you perform on each piece of evidence? What precautions would you need to take to make sure your evidence was authentic?
3. How important is technology to detectives? Can detectives do an effective job using the same tools you used, or must they use more sophisticated tools? Give reasons to support your ideas.
Use the following three-point rubric to evaluate how well students observe evidence, record their findings, and use the evidence to draw conclusions about who committed a hypothetical crime:
Three points: exhibited strong observation and recording skills; made accurate and detailed observation charts; demonstrated above-average ability to draw conclusions based on the evidence.
Two points: exhibited average observation and recording skills; made accurate observation charts with some level of detail; demonstrated on-grade ability to draw conclusions based on the evidence.
One point: exhibited slightly below-average observation and recording skills; made observation charts with some accurate information but with little detail; demonstrated difficulty drawing conclusions based on the evidence.
Crime scene
Definition: The place where some form of illegal activity, such as a robbery or a murder, took place.
Context: Police detectives try to collect evidence from a crime scene as quickly as possible, before fingerprints vanish or the wind blows fibers away.
evidence
Definition: Something that furnishes proof of a crime and is used in a court of law.
Context: Fingerprints are an important type of evidence that detectives look for after a crime has taken place.
fingerprint analysis
Definition: The study of fingerprints, which can take the form of a loop, an arc, a whorl, or a combination of these.
Context: Fingerprint analysis is an important part of crime investigations because each person’s fingerprints are unique.
forensic science
Definition: The study of evidence discovered at a crime scene and used in a court of law.
Context: The author of the Sherlock Holmes stories, Sir Arthur Conan Doyle, was also responsible for furthering the work of forensic science by applying the principles of fingerprinting and firearm identification to criminal investigation work.

Spanning voor nieuw boek Rowling

Click here to find out more!

Spanning voor nieuw boek Rowling

AMSTERDAM (ANP) – Wereldwijd wordt met spanning uitgekeken naar het nieuwe boek van J.K.Rowling, de Britse schrijfster van de zeer succesvolle reeks boeken over de tovernaarsleerling Harry Potter. Het boek The Casual Vacancy verschijnt donderdag en is omgeven door zeer strenge geheimhouding.

De importeur van de de Engelstalige editie in Nederland, Van Ditmar Boekenimport, verwacht er echter weinig van. ,,Het omslag is niet erg inspirerend. Een Britse uitgever zei me dat de flaptekst slaapverwekkend was”, zei hoofd inkoop René Prins woensdag tegen het ANP. ,,De belangstelling was de afgelopen 2 weken erg lauw. Vandaag begint het heel voorzichtig te lopen”. Hij rekent op een verkoop van 10.000 à 15.000 stuks. Ter vergelijking: van de Engelstalige editie van de laatste Harry Potter zijn in Nederland 150.000 exemplaren verkocht.

Maar uitgeverij Meulenhoff Boekerij, dat de Nederlandse vertaling in de boekhandels levert, is juist enthousiast. Op 17 oktober verschijnt het boek onder de titel Een goede raad. ,,De oplage is 220.000 exemplaren, dat is uitzonderlijk hoog”, aldus Jorien de Vries van de uitgeverij. Twee vertalers hebben de hele maand augustus doorgewerkt zodat de drukkerij momenteel op volle toeren kan draaien.

De Britse krant The Guardian onthulde onlangs dat het boek gaat over een klein stadje in het westen van Engeland. Nadat een gemeenteraadslid is overleden, ontbrandt er een strijd over zijn opvolging.

Experimenteer met het toepassen van ICT in de les

Hoe kun je ICT op een goede manier inzetten in de les? Wat is de meerwaarde van een sociaal medium als Twitter? Kun je de iPad gebruiken in het klaslokaal? Suzanne Lustenhouwer, iPad-coördinator van het Berlage Lyceum in Amsterdam, geeft in dit artikel een eerste aanzet tot het beantwoorden van deze vragen. ‘Het is een kwestie van experimenteren met de verschillende tools om te achterhalen of iets wel of niet werkt. Technologie hoort het leven van de leraar makkelijker te maken.’

Suzanne Lustenhouwer

Als je leerlingen vraagt waar ze een vreemde taal hebben geleerd dan is ‘op school’ zeker niet altijd het meest voor de hand liggende antwoord. Het antwoord is dan bijvoorbeeld dat ze dit vooral hebben geleerd van tv, films, vakanties, games, Twitter, Facebook of muziek. Dat is niets nieuws. Het leren van talen gebeurde altijd al voor een groot gedeelte buiten school. Maar wat wel nieuw is, is dat we deze verschillende manieren gemakkelijk kunnen introduceren in de klas.

Op het Berlage Lyceum in Amsterdam zijn we vorig jaar met een iPadpilot begonnen, waarbij we klassen en leraren hebben voorzien van iPads. Op deze manier proberen we de lessen aan te vullen met multimediale, interactieve en verdiepende content. Maar we zien de vraag naar het gebruik van ICT in de les niet alleen in deze klassen terug.

Ook leerlingen in de niet-iPadklassen verwachten dat ze met hun iPhones, Android, Blackberries, iPods en dergelijke het wifinetwerk van school kunnen gebruiken. Zo merk je dat je veel van de ICT-tools die we in de iPadklassen gebruiken, eigenlijk in alle lessen kan gebruiken. Op een iPad is dat gemakkelijker, want het apparaat is sneller en het scherm is groter. De opdrachten die leerlingen op een iPad maken, kunnen echter in de meeste gevallen ook op een smartphone worden gemaakt.

De leerlingen zijn eraan gewend om de hele dag online te zijn, om vragen aan elkaar te stellen via Twitter, te mailen, woorden op te zoeken, te bloggen, filmpjes te maken, spelletjes te spelen en noem het maar op. Waarom zouden ze dan hiermee moeten stoppen zodra ze een klaslokaal binnen stappen? Voor veel leerlingen voelt dit onnatuurlijk en het kan het leerproces belemmeren. Sociale media op school hebben vaak al snel negatieve connotaties. Maar het is ook heel makkelijk deze op een positieve manier te gebruiken.

Twitteren in de klas

Zo kan je bijvoorbeeld Twitter in de les op een educatieve manier inzetten. Het merendeel van de leerlingen heeft al een Twitteraccount en een smartphone (verdeel anders de klas in groepjes). Een manier waarop ik Twitter gebruik, is als brainstormactiviteit om voorkennis te activeren aan het begin van een les.

Een voorbeeld uit mijn praktijk. Met de tweede klas (een klas die het tweetalig vwo volgt) gaan we een stukje uit het verhaal van Dracula lezen. Aan het begin van de les vraag ik wat de leerlingen hier al over weten. De woorden die bij ze opkomen moeten ze tweeten op hun telefoon met het gebruik van hashtag #2hdracula. Een hashtag (#) is de zoekfunctie van Twitter. Als ik op #2hdracula zoek op twitter, dan krijg ik automatisch alle tweets te zien die de leerlingen in klas 2H versturen.

De meerwaarde hiervan is dat ik een antwoord krijg van alle leerlingen en zo elke leerling een stem geef. Als ik een vraag klassikaal stel, dan gaan altijd dezelfde vingers omhoog en zijn het dezelfde leerlingen die antwoord geven en ook dezelfde leerlingen die afhaken. Je merkt meteen dat je op deze manier een andere doelgroep activeert, want het zijn juist de leerlingen die snel afgeleid zijn door hun telefoons die als eerste het antwoord geven.

Visualiseer tekst met Wordle

Voor de Twitteropdracht geef ik de leerlingen ongeveer drie minuten. Als ze klaar zijn, kopieer en plak ik alle reacties in een Wordle. Een Wordle is een visuele representatie van een tekst. Hoe vaker een woord is gebruikt, hoe groter dit op het plaatje verschijnt. Zo krijg je een duidelijke samenvatting van alle antwoorden van de leerlingen. Het mooie is dat deze technologie veel ruimte biedt voor improvisatie. Er wordt vaak gedacht dat het gebruiken van ICT in de les om veel voorbereidingstijd vraagt. Als je een plan hebt en weet welke tools je gaat gebruiken voor welk doeleinde is dat lang niet altijd waar. Het kopiëren en plakken van de tweets en het bewerken van de Wordle duurt bij elkaar niet langer dan een minuut.

Na het bespreken van de Wordle waarin de antwoorden van de leerlingen verwerkt zijn, kan ik deze vergelijken met een Wordle van het hele verhaal van Dracula. Deze had ik wel al eerder gemaakt door de digitale tekst van het verhaal van Dracula in te voeren.

Een andere toegevoegde waarde van het gebruiken van een Wordle in het taalonderwijs is dat het leerlingen op een fijne manier een introductie geeft op een tekst. Met de Wordle van een tekst kan je door middel van de meest gebruikte woorden de tekst uitleggen. Woorden in de Wordle die de leerlingen niet kennen, kan je dan nader toelichten. Als de leerlingen de meest voorkomende woorden in de tekst begrijpen, dan gaat het lezen van de tekst ook een stuk gemakkelijker. De Wordle in figuur 1 is van de leerlingen. Je ziet dat het woord slagtandengroter is dan fangs. Er was dus een aantal leerlingen dat het juiste woord hiervoor niet wist.

Aan de hand van de Wordle uit figuur 2, van de tekst van Dracula, kan je beginnen met een introductie over het verhaal, zoals bijvoorbeeld uitleggen wie Arthur, Lucy, Van Helsing en de Count zijn. Ook valt op dat de meest voorkomende woorden te maken hebben met beschrijvingen van het uiterlijk, wat mij een invalshoek geeft om het genre gotiek in de literatuur te bespreken.

Autonomie van de leraar 

De ontwikkelingen in de technologie gaan veel sneller dan de school kan bijbenen. Tien jaar geleden zagen we de opmars van de digibords komen. Toen ik twee jaar geleden kwam werken op het Berlage Lyceum, hingen er misschien zes digibords in de hele school. Inmiddels hangen deze in alle lokalen. Maar waarom zou je onaantrekkelijke Smartnotebook-presentaties willen maken die je voor de klas moet bedienen, als je een prachtige presentaties kan maken met Keynote (van Apple) of Prezi. Je kan er ook voor kiezen een PowerPointpresentatie te maken die je al lopend door het klaslokaal kan bedienen met je telefoon of tablet. Hiervoor heb je de app van Splashtop of de app van HippoRemote nodig. HippoRemote gebruik ik dagelijks in mijn lessen. Het is een soort afstandsbediening die via het wifinetwerk je laptop bedient. Zo kan ik het gebruiken om tijdens het presenteren van een PowerPoint door de klas lopen en te kijken of de leerlingen wel aantekeningen maken of ik kan mijn iPad even aan een leerling geven, zodat hij het juiste antwoord op het bord kan invullen.

De organisatie van een school of een scholengemeenschap zal niet altijd even snel deze ontwikkelingen kunnen bijbenen. Het is ook voor een groot deel aan de leraren om aan te geven waar ze graag mee willen werken. Tegen de tijd dat de hele school is voorzien van bijvoorbeeld digibords, is de technologie vaak alweer achterhaald. Het is een kwestie van experimenteren met de verschillende tools om te achterhalen of iets wel of niet werkt. Technologie hoort het leven van de leraar makkelijker te maken. Je merkt al vrij snel of een bepaalde aanpak met deze middelen iets toevoegt aan de les. Wees niet bang om glorieus te falen en door de leerlingen geholpen te worden.

Hoe begin ik? 

Bij mijn collega’s merk ik dat het probleem niet is dat ze niet willen, maar meestal denken ze dat ze er de kennis of tijd niet voor hebben. Aan de andere kant hoor ik ook van leraren op andere scholen dat ze graag meer ICT willen gebruiken, maar dat het bestuur tegenstribbelt. Als je serieus wil beginnen met ICT-tools toepassen in de les, kan je de voorbeelden in de kaders gebruiken. Er is op het internet een hele hoop te vinden. Kijk daarom eerst naar de websites in de kaders om je op weg te helpen. ■

Blijf op de hoogte 

www.freetech4teachers.com

Een website waar dagelijks nieuwe (gratis) ICT-tools voor het onderwijs worden uitgelegd.

http://edte.ch/blog/interesting-ways 

Een verzameling van interessante manieren om verschillende ICT-tools te gebruiken in de les. De presentatie over Twitter heeft bijvoorbeeld op het moment 36 verschillende manieren om het in de les te gebruiken.

http://ipadders.eu

Mijn eigen website die ik gebruik om het docententeam van het Berlage Lyceum op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen.

TIPS VOORDAT JE BEGINT 

• Verspil geen tijd in de les met het aanmelden bij de websites die je wil gebruiken. Als je wilt dat leerlingen een tool gaan gebruiken, zorg er dan voor dat ze zich er op tijd voor opgeven zodat ze een account aan kunnen maken als huiswerk. Hetzelfde geldt voor het downloaden van apps op de telefoons/ tablets.

• Bedenk bij elke tool die je gebruikt wat de meerwaarde ervan is. Waarom is dit beter dan pen en papier, en wat voegt het toe?

• Weet wat er wel en niet kan. Controleer van tevoren dat het lesmateriaal dat je gaat gebruiken wel werkt op jouw device. Websites met Flashvideos of animaties werken niet op telefoons.

• Wees flexibel. Er kunnen dingen fout gaan in de les en het kan ineens niet meer werken. Wees hierop voorbereid en heb of een back-upplan of improviseer en stap over op iets anders als het niet werkt.

 

VEELGEBRUIKTE TOOLS

Prezi: Op deze website kan je prachtige presentaties maken. In plaats van slides zoals bij PowerPoint, werk je op een groot canvas waardoor je in- en uit kunt zoomen door middel van een pad uit te stippelen. Ook leuk is de samenwerkfunctie, waarmee leerlingen tegelijkertijd in één Prezi kunnen samenwerken.

Socrative: Een website (en iPhone-/Android-app) waarmee je snel antwoorden kan genereren van leerlingen op een quiz die je vooraf hebt gemaakt. De antwoorden worden meteen naar je gemaild. Je kan het nog interactiever maken door leerlingen tegen elkaar te laten strijden in de ‘space race’.

Google Apps: Veel scholen zijn al overgestapt op Google Apps, een service die e-mail, websites, documenten, sites en nog veel meer aanbiedt. Maar je hoeft niet te wachten tot je hele school overstapt. Met alleen je Gmail kan je ook al van alle Google Apps-services gebruikmaken.

Webtips voor in de les: taal en spelling

Taal is een van de belangrijkste vakken op de basisschool. Daarom besteden we deze maand aandacht aan de verschillende websites en middelen die je voor taal en spelling in de klas in kunt zetten.

Door Tessa van Zadelhoff

Spelling
Spellingregels zijn voor veel kinderen lastig. Regelmatig oefenen is daarom belangrijk. Er zijn diverse sites waarmee kinderen thuis en op school spelling kunnen oefenen.

  • Een mooi voorbeeld is Bloon, methode-onafhankelijke software om het woordpakket van de week te oefenen. Bloon is gratis, als leerkracht kun je een account aanmaken voor je leerlingen. Er zit een eenvoudig leerlingvolgsysteem achter waarin je de vorderingen kunt volgen. Ook kun je een beloningsplaatje sturen naar je leerling.
  • Spelling oefenen in de klas en thuis kan ook met sites als Juf Melis en Taal-oefenen. Deze zijn beide maar beperkt gratis te gebruiken.
  • Een bekend webbased rekenoefenprogramma in het basisonderwijs is deRekentuin. Rekentuin biedt een uitgebreid leerlingvolgsysteem waardoor je precies kunt zien waarop leerlingen uitvallen. Sinds kort is ook de taalvariant van de Rekentuin, de Taalzee, actief. Momenteel is het alleen nog mogelijk om een demo-account aan te maken dus resultaten worden nog niet opgeslagen. Taalzee is net als Rekentuin methode-onafhankelijk (maar niet gratis) te gebruiken.

Zelf spelling- en taaloefeningen online zetten
Wanneer je even verder zoekt op het internet vind je vele scholen die zelf spelling- en taaloefeningen online hebben gezet. Vaak wordt hiervoor gebruik gemaakt van het programma Hot Potatoes. Binnen Hot Potatoes kun je eenvoudig verschillende soorten oefeningen zoals invuloefeningen, kruiswoordraadsels en combineeroefeningen gemaakt worden. Op de Belgische site Klascement vind je meer informatie over Hot Potatoes en ook zijn daar instructievideo’s en kant- en klare oefeningen te vinden.
Lees meer op Hotpot.klascement.net

Woordenschat
Woordenschat maakt een belangrijk deel uit van het taalonderwijs.

  • In de Woordwiki vind je veel informatie over woordenschatonderwijs. Daarnaast zijn er woordclusters te vinden rondom vele begrippen en kun je ook zelf nieuwe woordclusters toevoegen.
  • Leraar24 biedt een dossier met diverse video’s waarin je inspiratie op kunt doen om de woordenschat van je leerlingen te vergroten.

Taal oefenen met spelletjes
Taal oefenen met een spelletje is altijd leuk. Via Spelletjesplein en Leerspellen vind je diverse games waarmee leerlingen een taalaspect kunnen oefenen.

Taal en spelling op het digibord
Ook voor op het digibord zijn er vele tools te vinden die je in kunt zetten binnen de lessen taal en spelling. Het Schoolbordportaal en Digiborden.kennisnet.nl hebben verzamelingen op hun site staan.