Michelle Brouwer wint de Lowlands-schrijfwedstrijd.

BIDDINGHUIZEN – De 21-jarige Michelle Brouwer uit Leeuwarden heeft met haar verhaal ‘Madeliefje’ de Lowlands-schrijfwedstrijd gewonnen.

Michelle, die tegenwoordig in Zwolle woont, zal op vrijdag 17 augustus in het literaire programma Lamoer van Lowlands optreden. Het winnende verhaal kun je hieronder lezen.

 

Het is eigenlijk helemaal niet fijn om in het gras te zitten. Zeker niet met blote benen.Ik hoopte dat ze blote benen had. En ik wou dat het wel fijn zou zijn vandaag. Dus ikheb een kleedje meegenomen, van zolder gehaald uit een doos die ik nooit eerderopen had gemaakt. Het kleed is van m’n moeder geweest, het heeft ruitjes en hetruikt muf, het ruikt naar hoe ik dacht dat de zolder vroeger geroken had.

We hadden afgesproken in een koffiebarretje, zij: Eef, en ik. Maar ze beldegisteravond, ze zei: ‘het wordt morgen erg warm’. Ik had Gerrit Hiemstra negen keerdezelfde zonnetjes aan zien wijzen op het beeldscherm van mijn kleine televisie,maar het was niet in me opgekomen haar daarover te bellen. Ze vroeg of ik het ergvond in het park af te spreken, op een bankje misschien of in het gras. Ik zei dat ik datniet erg vond, dat ik zou er zijn. ‘Zelfde tijd?’ vroeg ze. Ik zei dat iets later ook goedwas. Ze zei ‘oké’ en ze hing op.

Het is mei, de zon schijnt feller dan ooit, het is zo’n beetje zomer in de lente. De hitteis surrealistisch, alsof het er niet hoort te zijn, zeker als je denkt aan een maand oftwee geleden. Toen was het handschoenen, sjaals en winterjassen, sneeuw en regen,bijna schaatsen. En nu die zon, rode hoofden, fladderjurkjes, blote voeten. Ik hoopdat Eef een jurkje draagt. Tussen de madeliefjes wacht ik op haar, vlakbij het water.

Voor ik naar het park ging bezocht ik toch het koffiebarretje. Om de mand te vullendie ik op zolder gevonden had. Een oude picknickmand waar mijn zus haar beer Bobnog in had gestopt en had gedragen. Ik kocht dingen waarvan ik dacht dat Eef zemisschien besteld zou hebben als we hier wel hadden afgesproken. Koffiebroodjes,wat muffins (vanille, bosbessen, chocolade en appel-kaneel), een stuk brownie, eenfruitshake met frambozen, een beker thee. En voor als ze echt honger heeft watonbelegde broodjes, ik kocht wat jam, homemade, en kreeg het in een kleine bekermee en verder nog wat kaas en sla, netjes ingepakt.

Ze komt aan op haar fiets, ik had haar lopend verwacht. Lintjes aan de handvatten,gevlochten haar, een jurkje, blote benen. Ze legt haar fiets met een buiginkje in hetgras en komt bij me zitten, op het kleed. Ze kijkt er even naar, alsof ze zich afvraagtwaar ik dat nou weer vandaan heb gehaald. ‘Komt van zolder’, zeg ik. Ze kijkt me aanmet haar ogen, die ogen waar een zeemeermin in zou willen wonen, waarin de zontwinkelt als in het water aan onze voeten. Ik pak de mand en laat haar zien wat ik hebmeegenomen. Ik pak alles eruit: de muffins, de broodjes, het drinken, het beleg. Zelacht. Ze vraagt: ‘Heb je…?’ En ik weet dat ze de vraag niet afmaakt. Dat ik niets hoefte zeggen. Ze pakt een muffin. Blauwe bessen. Ik wist het wel, blauwe bessen vindt zehet lekkerst.

We eten samen. Bijna alles gaat op. Ze vraag hoe het met me gaat. Ik zeg dat het goedgaat, dat het wel anders is. En vandaag alweer een jaar. ‘Ja’, zucht ze. Er zit jam ophaar lip, maar ik zeg niks. Ik heb geen servetjes meegebracht. Ze vertelt hoe het voorhaar was. ‘Ik kon het niet geloven, dat ik Meike nooit weer zou zien’. Mijn zus,bedoelt ze. ‘Het is hard’, zeg ik. Ze knikt. Ik wou dat ik de jam van haar lip kon kussen.Dat ik dat durfde.

We zitten vol van alles; de broodjes en muffins, het zware jaar. Ik ga op m’n rugliggen, m’n oogleden worden oranje als ik ze dichtdoe. En als ik ze na een tijdje weeropen, hangt over alles een soort blauwe gloed, het gras is nu broccoliachtig groen.Eef is op haar hurken gaan zitten, ze wiegt een beetje van voor naar achter als eenschommelend bootje, ze lijkt het niet te merken. Haar lange blonde haren vallen vanhaar schouders, voorover, ze heeft haar vlecht uitgeplozen. Het lijkt blonder dananders, lichter. Alsof de zon het heeft gebleekt. Nu al. Ze plukt een madeliefje, priktde nagel van haar duim door het dunne steeltje en trekt de blaadjes van hetbloemetje uit het midden, tot alleen het gele bolletje overblijft. Dat wrijft ze kapottussen haar duim en wijsvinger. ‘Vermorzeld’, zegt ze, ‘zo voelde ik me die eerstemaanden ook’.

Ze beweegt haar hand over het gras (omdat ze dat zo fijn vindt voelen, weet ik, datgekriebel aan de binnenkant van haar hand, het straalt uit naar haar borst, kleinultiem geluk noemde ze dat). Ze zegt dat ze moet gaan, dat ze het fijn vond vandaag.‘Bedankt’, zegt ze en ze kust me op m’n wang. Vluchtig, zo kort dat het bijna nietbestaat. Ze komt overeind en klopt gras van haar jurk, van haar kont, maar er is geengras. Ze pakt haar fiets, ze gaat. Blote benen, het wapperende jurkje, dat mooieblonde haar.

En ik ga ook, naar huis, terug. Ik zet de mand van m’n zus op zolder, leg het kleedweer in de doos. Als ik de televisie aanzet hoop ik dat Gerrit goed nieuws brengtvandaag. Een beetje regen misschien, of een frisse nacht. Maar in plaats daarvan eenzebrapad. Die voor de koffiebar. Een fiets met linten, een auto met blauwezwaailichten, een stukje van haar jurkje.

Ik denk aan de jam op haar lip. Of het er toen nog zat. En dat ik het eraf had moetenkussen. Dat ik dat had moeten durven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s