Als de ijsberg gaat verhuizen

Vanmiddag zijn we weer geschoold. We hebben gezien hoe kinderen op de basisschool leren rekenen.  Het verbaast ons niet dat zoveel leerlingen met een rekenachterstand de school binnenkomen. Het valt immers niet mee om het topje van de ijsberg te bereiken.

Wij gingen van cijferen naar begrip, de leerling van nu gaat van begrip naar gecijferdheid.  Boeiend en leerzaam. Als taaldocent ga ik daarna op zoek naar een leuk verhaal over een wiskundige en kom uit bij Norbert Wiener.

Norbert Wiener (1894-1964), een toegepast wiskundige, was bekend om zijn verstrooidheid. Op een dag ging hij naar een conferentie, en parkeerde zijn auto op de (grote) parking van de universiteit. Na de lezingen liep hij terug naar de parking, maar omdat hij vergeten was waar hij zijn auto had gezet, en eigenlijk ook niet meer wist hoe zijn auto eruit zag, was hij genoodzaakt daar te blijven wachten tot alle andere auto’s weg waren.

Op een bepaalde ogenblik verhuisde hij met zijn familie naar een ander huis een paar blokken verder. Zijn echtgenote, die wist dat ze aan haar man toch niets had bij zo’n bedoening, had hem naar zijn werk gestuurd ’s morgens. ’s Avonds zou dan wel alles verhuisd zijn. Voor de zekerheid had zij hem een papiertje met het nieuwe adres meegegeven. Na het werk wist Wiener niet meer wat zijn nieuwe adres was, en al evenmin wat er met dat papiertje gebeurd was. Hij ging dus maar gewoon naar zijn oude huis, en zag daar een kind staan waar hij aan vroeg: “Weet jij misschien naar welk adres de Wieners verhuisd zijn?” Waarop het meisje antwoordde: “Ja, papa. Mama dacht wel dat je naar hier zou komen, en heeft mij daarom gestuurd om je de weg te wijzen.”

Tafels oefenen? Tafeltennis natuurlijk

Als docent krijg je regelmatig leuke uitdagingen op je batje/bordje. Zo mag ik extra rekenles geven aan leerlingen in klas 2 van het VMBO. Veel basiskennis is weggezakt en hoe motiveer je ze om die weer op te  halen? Dus de uitdaging voor vandaag was helder; bedenk een werkvorm waarin de leerlingen actief bezig zijn met de tafels.

Dan denk je als docent natuurlijk na over verschillende leerstijlen. Al associërend kwam ik op het idee om leerlingen met de tafels te laten tafeltennissen. Moeilijk? Nee.

De tafel van 7 wordt door veel leerlingen niet beheerst. Daar begonnen we dus mee. Alle leerlingen kregen een A-4tje en 3 minuten de tijd om zo vaak mogelijk de tafel van 7 op te schrijven. Toen de tijd voorbij was, mochten ze hun papier zo goed mogelijk tot een prop verfrommelen. Dan zie je de gezichten al oplichten. Vervolgens fungeert de prop als tennisbal en een boek met een harde kaft als batje. De leerlingen gaan in tweetallen staan en slaan de prop naar elkaar, terwijl ze ondertussen de tafel van 7 opzeggen. Iedere keer dat de ‘bal’ valt begin je opnieuw, totdat je 10x keer7 hebt behaald. Daarna kun je met een andere tafel of een andere activiteit verder gaan.


Ik heb het vanmorgen in en groep van 40 leerlingen uitgeprobeerd. Het was geweldig om al die enthousiaste gezichten te zien. Wat werd er met de tafel van 7 getennist. Ik zag leerlingen met een grote glimlach en heel veel plezier hard oefenen. Dat is voor mij onderwijs. Wat je lachend leert, motiveert!

 

‘Jonge lezers moeten niet letten op fouten’

NIJMEGEN – Jonge lezertjes zijn er meer bij gebaat te oefenen op wat goed gaat dan te focussen op fouten. Zo leren ze sneller en preciezer lezen.

Foto:  Thinkstock

Dat blijkt uit promotieonderzoek van taalkundige Esther Steenbeek-Planting van de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar bevindingen gelden vooral voor zwakke lezers.

”Leerkrachten en ouders oefenen nu nog veel op fouten, maar aan het begin van de leescarrière heeft dat eigenlijk geen zin. Het werkt veel beter om eerst de grove leesvaardigheid te trainen en pas als die goed onder de knie is, op de details te richten. Dus op de woorden die steeds fout gelezen worden’’, aldus Steenbeek-Planting donderdag.

Pas als leerlingen het niveau bereikt hebben dat ze behoren te hebben op het einde van groep 3, heeft het zin om specifiek te focussen op woorden die fout gelezen worden. ”Voor die tijd kunnen leerkrachten ze wel op de fouten wijzen, maar oefeningen waarbij ze bijvoorbeeld tien keer dat ene woord goed moeten lezen, hebben weinig zin. Het gaat erom dat ze kilometers maken, de finesses komen later wel’’, legt Steenbeek-Planting uit.

Dat kinderen op jonge leeftijd vlot leren lezen is voor de rest van hun schoolcarrière van groot belang. ”Een achterstand die ze vroeg oplopen, halen ze moeilijk in. Op de basisschool komen ze dan vaak nog mee, maar op de middelbare school komen ze in de problemen als ze steeds langere teksten moeten gaan lezen.’’

Steenbeek-Planting promoveert op 8 juni op haar bevindingen.

Door: ANP

Kinderen leren tijdens voorlezen door actief meedenken

AMSTERDAM – Voorlezen helpt de taal- en leesontwikkeling bij kleuters door ze actief mee te laten denken tijdens het voorlezen. Tot die conclusie komt Neerlandica Myrte Gosen in haar proefschrift ‘Tracing learning in interaction’ waarop ze volgende week promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Door klassikale voorleessessies op video op te nemen en achteraf te transcriberen, onderzocht Gosen wat voor interactie er plaatsvindt tussen de leraar en de leerlingen. Patronen Ze ontdekte verschillende patronen, zoals de ontdekking dat leerlingen bij verschillende leerkrachten op dezelfde manier komen tot verklaringen en oplossingen tijdens het interactief voorlezen. Gosen vond het bijzonder te merken tot hoeveel jonge kinderen in staat zijn. De kleuters bedachten oplossingen voor wat er precies op plaatjes in prentenboeken gebeurt en ze denken ook verder. Prentenboeken geven op die manier een aanleiding tot inhoudelijke ‘gesprekken’ over andere thema’s dan het hier en nu. Een van de gebruikte boeken was Kleine muis zoekt een huis. Hierin loopt een muis aan tegen het probleem dat hij een appel vindt die niet door het gat van zijn deur past. “Gedurende het boek bedenken kinderen allemaal mogelijke oplossingen. Hij kan het hol groter maken, de appel opeten of in stukjes snijden,” vertelt Gosen. Aan het eind van het boek kunnen de kinderen hun eigen hypothese testen aan de hand van het echte verhaal. De oplossing uit het boek, passen de leerlingen later ook toe op andere, vergelijkbare situaties. ‘Onwetend’ De leerkracht moet wel ‘onwetend’ zijn en reacties accepteren met een uitspraak als ‘dat zou kunnen’, waardoor kinderen nog meer bedenken en voortbouwen op elkaars antwoorden. Kinderen accepteren van een leerkracht niet dat hij onwetend is, als de leerkracht het antwoord bij een prentenboek niet weet, accepteren ze zijn onwetendheid wel, waardoor ze samen willen ontdekken hoe het zit. Gosen stelt dat ouders thuis kinderen ook op ontdekkingstocht kunnen laten gaan door op een andere manier voor te lezen. Denk hierbij aan het af en toe onderbreken van het lezen om uitdagende vragen te stellen over problemen waar de hoofdpersoon tegenaan loopt en die door de kleuter op te laten lossen. Door: NU.nl/Krijn Soeteman