Hoeveel talen kan een mens leren?

Prof. Jan Hulstijn van het Amsterdam Center for Language and Communication aan de UvA:
‘In theorie is er geen limiet aan het aantal talen dat je kunt leren, omdat het menselijk brein onvoorstelbaar veel informatie kan bevatten. Er zijn gevallen bekend van mensen die wel acht talen vloeiend spreken. Aardige voorbeelden zijn te vinden op YouTube, onder het trefwoord ‘polyglot’. Maar, als je een taal goed wilt leren beheersen, dan kost dat veel tijd. Het kost een Nederlandstalige persoon bijvoorbeeld gemiddeld ongeveer 500 uur om een betrekkelijk verwante taal als het Spaans of Italiaans te leren beheersen (luisteren, lezen, spreken en schrijven) op het B1-niveau van het Europees Referentiekader (zie http://www.erk.nl), met een actieve woordenschat van ongeveer 3.000 woorden. Om een taal uit een heel andere taalfamilie te leren (bijv. Koreaans), heb je veel meer tijd nodig. En de talen die je geleerd hebt, zakken makkelijk weg in je geheugen, als je ze niet regelmatig gebruikt. Dus hoeveel talen je kunt leren en behouden, is vooral een kwestie van hoeveel tijd en moeite je eraan kunt en wilt besteden.’

Reclametaal; Column Lydia Rood: Verkooplingo

Persoonlijk koop ik zelden iets, ik ga nooit op vakantie en er valt in het algemeen behalve door de groenteboer weinig aan mij te verdienen. Ik sla reclame dan ook altijd over als iets dat niet voor mij bedoeld is. Maar onlangs belandde ik als gelegenheids-onlineshopper op een koopjessite en ik sloeg steil achterover van de dagaanbiedingen, devroegboekkortingen en de bodemprijzen. Wat een overmaat aan van-vooraanbiedingen!

Mijn klanttevredenheid hangt af van de productbeleving, dustoonbankdisplays en op=op-acties leiden in mijn geval niet totimpulsaankopen. Een promotieactie die mij een mini-make-over met fotoshoot aanbiedt, is kansloos (net als de make-over zelf, trouwens). En een refundactie doet alle bellen rinkelen: dan moet normaliter de prijs-kwaliteitverhouding zoek zijn.

Ik heb wel een auto, dus inruilvoordeel is aan mij misschien besteed, zeker als er sprake is van extra lage vanafprijzen. Maar een bumper-tot-bumperfabrieksgarantie valt buiten mijn horizon. Een eerstejaarskorting op mijn WA-verzekering is verleidelijk, maar een megavoordeel is dat nou ook weer niet.

Gelokt door een kortingscode in de brievenbus meende ik even dat ik op reis wilde. De superstunttarievenop de onlinelastminuteticketshop golden aantrekkelijke all-inclusive-aanbiedingen en eilandcombi’s. Hetbestelgemak en het zomervoordeel deden me wankelen. Net op tijd besefte ik dat afbraakprijzen niet veel goeds voorspellen. Tenslotte is de klantloyaliteit rechtevenredig met het serviceniveau. Dan misschien denken over de aanhuur van een vrijetijdsobject volgens het Quality of Life-concept? De leisuremarkt heeft natuurlijk ook voordelige arrangementen in wellnessresorts te bieden.

Één ding is duidelijk: de verwende consument is op zoek naar een complete beleving.

Half miljoen subsidie voor games om taal te leren

Bron: NationaleOnderwijsgids.nl 

NIJMEGEN – Het Europese Lifelong Learning Programme biedt ruimte voor 500.000 euro subsidie voor het Centre for Language and Speech Technology (CLST) van de Radboud Universiteit Nijmegen. De subsidie wordt beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van online games, voor het leren van vreemde talen. Dit project is in samenwerking met collega’s van de Katholieke Universiteit Leuven, en van Newcastle en Pretoria. Coördinator is Helmer Strik, spraaktechnoloog aan de Radboud Universiteit: “Doel van dit project is om jongeren en volwassenen hun basisvaardigheden in Nederlands, Engels en Frans te laten trainen met toegankelijke computergames.”

Het project richt zich op op een groep die zo ‘laagdrempelig, uitnodigend en motiverend’ een taal kan leren. Het gaat om een driejarig project; eind 2014 moeten de games online staan.

3-stappenplan om snel nieuwe gewoontes onder de knie te krijgen

Vergeet 21-dagenplannen of ‘één nieuwe gewoonte met de keer’. Onderzoekers van de universiteit van Stanford bestudeerden hoe je best nieuwe gewoontes onder de knie krijgt en kwamen met dit eenvoudig driestappenplan op de proppen.

1. Begin klein
Een nieuwe gewoonte aannemen, kan enkel door gedrag te vereenvoudigen. Maak het daarom klein, tot in het belachelijke zelfs, want de meeste gewoontes in ons leven zijn kort van duur (veters knopen, tanden poetsen, een boterham maken,…). Lange nieuwe gewoontes werken gewoon niet. Vraag dat maar aan iemand die geen sport deed en besliste om elke dag een uur te gaan joggen. Een goede kleine gewoonte daarentegen is makkelijk en snel te leren. Voorbeelden:

Een tand flossen.
Drie minuten wandelen.
Twee push-ups doen.

2. Vind een tijdstip waar deze gewoonte perfect past

Vind een tijdstip in je dagelijkse routine waar deze kleine nieuwe gewoonte goed past. Doe ze na een van je vaste gewoontes, bijvoorbeeld na het tandenpoetsen of na je middaglunch. ‘Na’ is beter dan voor, omdat de eerste activiteit zo de ‘trigger’ voor je nieuwe gedrag vormt. Eén van de sleutels om een nieuwe gewoonte te kweken is eenvoudig: weten ‘na’ wat ze komt.

3. Oefen je nieuwe cyclus

Focus erop dat je kleine nieuwe gewoonte een deel van je routine wordt- elke dag opnieuw. In het begin zal je geheugensteuntjes nodig hebben, maar dan wordt de kleine gewoonte snel… een gewoonte. Hou de gewoonte eenvoudig tot ze een stevige gewoonte is geworden. Hoe vaker je die kleine gewoonte oefent, hoe positiever je gevoel erbij wordt en hoe makkelijker je ze onderhouden zal. Daar ligt de sleutel van het succes.

Hoe het dan verder moet? Wanneer wordt die kleine verandering omgezet in veranderd gedrag?

Het goede nieuws is dat die kleine gewoonte snel zal uitbreiden tot een volwaardige gewoonte. Zorg ervoor dat je de kleine gewoonte blijft onderhouden. Uiteindelijk en zonder al te veel moeite zal je het nieuwe gedrag volledig aannemen. Heb vertrouwen in kleine stappen.

‘Medicijn van leerling mag niet zorg van docent zijn’

 Onderwijsbond AOb maakt zich grote zorgen over het stijgende aantal leerlingen dat medicijnen nodig heeft en binnenkort naar een reguliere basis- of middelbare school gaat.

Door bezuinigingen op het passend onderwijs kunnen deze leerlingen niet meer terecht in het speciaal onderwijs. ‘Ik vrees dat het toedienen van medicijnen op het bordje van de leraar terechtkomt’, zegt Hélène Jansen, bestuurder van de AOb. ‘Dat is een groot probleem, want een leraar moet niet verantwoordelijk zijn voor juist en tijdig gebruik van pillen en spuitjes van hun leerlingen. Juridisch gezien is dat bovendien onverantwoord.’

De overheid wil 300 miljoen euro bezuinigen op het passend onderwijs. Om dat te realiseren moeten kinderen met een stoornis of handicap zo veel mogelijk les krijgen op reguliere scholen. Het ministerie van Onderwijs verwacht geen problemen met het toedienen van medicijnen door docenten. ‘Ik kan me de angst voorstellen, maar in het speciaal onderwijs levert het ook geen problemen op’, zegt een woordvoerder.

De AOb krijgt veel vragen van scholen en leraren die zich zorgen maken over veranderingen in het onderwijs door de bezuinigingen. Jansen hekelt het feit dat de leraar steeds meer verantwoordelijkheden krijgt. ‘Een leraar moet lesgeven. Het mag niet zo zijn dat hij tijdens de reken- of wiskundeles ook nog eens in de gaten moet houden of leerlingen hun medicijnen wel op tijd krijgen. Ergens moet een grens worden getrokken.’

Jansen vindt ook het toedienen van een pilletje tijdens het middageten al te ver gaan. ‘Een tabletje geven lijkt simpel, maar het ligt er nog wel aan wat voor soort het is en wat de gevolgen zijn als je het pilletje vergeet of te laat geeft.’ Het geven van een injectie of sondevoeding gaat haar absoluut te ver. ‘Dat zijn handelingen die zelfs in de medische zorg niet door iedereen gedaan mogen worden. Een leraar kan het er dan zeker niet zomaar bij doen.’

Hulp van medisch geschoolde onderwijsassistenten is volgens de AOb een goede oplossing. ‘Zij zijn bekwaam in het verrichten van medische handelingen. Zo gebeurt dat nu ook in het speciaal onderwijs’, zegt Jansen. ‘Helaas is er geen geld voor meer personeel.’

Aparte lessen voor jongens en meisjes of nadruk leggen op verschillende leerstijlen?

Door Ionica Smeets, wiskundige, mede/oprichter van de website wiskundemeisjes.nl, over plezier in wiskunde − 23/08/11

© anp

Waarom feliciteren we de meisjes niet gewoon met hun prestaties, in plaats van dat we dat als een probleem voor de jongens zien?

Wat een opschudding nadat de Besturenraad van christelijk onderwijs voorstelde om jongens en meisjes voortaan apart les te geven. Jongens doen het gemiddeld slechter op school en gescheiden onderwijs zou dit volgens voorzitter Wim Kuiper kunnen veranderen. Maar waarom is het eigenlijk zo erg als meisjes beter zijn dan jongens?

In de aflevering ‘Girls just want to have sums’ uit 2009 nemen de Simpsons gescheiden onderwijs prachtig op de hak. Nadat de schooldirecteur blundert met vrouwonvriendelijke uitspraken, moeten de jongens en meisjes voortaan naar aparte scholen. De slimme Lisa Simpson vindt het in het begin prachtig, een school zonder schreeuwende jongens of vechtpartijen. Maar dan moet ze bij wiskunde praten over haar gevoelens voor getallen en de geur van een plusteken. Als ze hoopvol vraagt om problemen, antwoordt de lerares dat alleen mannen op die manier naar wiskunde kijken. Lisa klimt over de schutting en vermomt zich als jongen om mee te mogen doen met de echte wiskunde. Aan het eind van het jaar is ze de beste van de school,  bij de prijsuitreiking onthult ze tot ontzetting van de jongens wie ze is. Een meisje! Dat supergoed is in wiskunde!

Eeuwenlang moesten vrouwen zich net als Lisa Simpson vermommen om fatsoenlijk onderwijs te krijgen. Aan het eind van de 18de eeuw deed de briljante wiskundige Sophie Germaine zich bijvoorbeeld voor als M. LeBlanc. Nu krijgen meisjes eindelijk dezelfde kansen als jongens en dan is het ineens een probleem als ze het beter doen dan jongens.

Wat is daar nou precies zo erg aan? Waarom feliciteren we de meisjes niet gewoon met hun prestaties? De relevante vraag is of de jongens het goed genoeg doen (en ook of de meisjes wel goed genoeg zijn, misschien kunnen ze nóg beter).

Zijn jongens het eigenlijk wel slechter gaan doen op school sinds meisjes erbij zijn gekomen? Of doen de jongens het nog net zo goed als vroeger en zijn meisjes domweg beter geworden? En gaan jongens in een mannelijke omgeving wel beter presteren? Belangrijke vragen die eerst maar eens beantwoord moeten worden voordat we aan gescheiden klassen kunnen denken.

Kuiper redeneert ook alleen maar vanuit de jongens. Hij vindt het demotiverend voor hen dat bij taal de meisjes alsmaar beter zijn, terwijl hij bij wiskunde juist op hun voorsprong wil inspelen.
Je zou ook kunnen zeggen dat het voor meisjes erg demotiverend is dat ze bij wiskunde zien dat jongens alsmaar beter zijn. (Al ben ik bang dat dit dan wordt aangedragen als een extra argument om meisjes apart les te geven, zodat ze lekker over hun gevoelens voor getallen kunnen praten.)

Wiskunde is traditioneel een echt mannenvak. De Fieldsmedaille, de hoogste wiskundige onderscheiding, is nog nooit naar een vrouw gegaan. Maar dit jaar moest ik bij de Internationale Wiskunde Olympiade grinnikend denken aan de Simpsons. Bij deze wedstrijd nemen jaarlijks de allerslimste scholieren van de hele wereld­­ het tegen elkaar op met hels moeilijke wiskundige problemen. Er deden slechts enkele tientallen meisjes. Maar de winnaar was de Duitse Lisa Sauermann met een perfecte score. Zij was niet alleen de beste van dit jaar, ze is zelfs de beste deelnemer ooit. Deze Lisa hoefde zich niet te vermommen als jongen. En ze heeft ook geen aparte wiskundeles voor meisjes gekregen.

De klas splitsen in verschillende groepen voor wiskunde is op zich helemaal niet zo’n gek idee (als daar geld voor zou zijn, kleinere groepen zijn in de praktijk vaak onhaalbaar). Er zijn verschillende manieren van wiskunde leren, de ene leerling ziet het liefst concrete voorbeelden, een ander wil juist de algemene regel horen­­.

Ik kan me voorstellen dat ook bij talen verschillende leerstijlen voor verschillende leerlingen werken. Waarom zou je de leerlingen niet splitsen op leerstijl? Dat is veel zinvoller dan domweg jongens en meisjes apart zetten.

Als die splitsing er ooit komt, dan zou ik alle wiskundemeisjes en talenjongens oproepen om zich te vermommen en naar de andere kant te sluipen.